Alcohol & Alcomobilisme Facts Afdrukken E-mailadres

Module rijden onder invloed
Klik hier om het document te downloaden.

Wat is alcohol?

Alcohol, bestemd voor consumptie, is de ethylalcohol of ethanol. Pure alcohol is een reuk-, smaak- en kleurloze vloeistof, die een brandend gevoel geeft bij inname. Alcohol is in zijn zuivere vorm niet te genieten. Als we het over alcohol als genotmiddel hebben, bedoelen we de alcoholhoudende dranken, waarvan de kleur, reuk en smaak bepaald wordt door de gebruikte grondstoffen.
We kennen drie verschillende soorten alcoholhoudende dranken: bier, wijn en gedistilleerde (sterke) dranken. Alcoholhoudende dranken bevatten naast alcohol nog water en kleur- en smaakstoffen. Alcohol bevat ook veel calorieën. In een glas pils bijvoorbeeld zitten minimaal 110 calorieën, in een glas wijn zitten er 80 en in sterke drank 70 calorieën. Helaas hebben we niets aan deze calorieën. De bouwstoffen die ons lichaam nodig heeft zitten er nauwelijks in. Het enige wat ze doen is ons dik maken. Een zware drinker breekt de alcohol ook minder goed af dan een matige drinker. Drinkers die hun calorieën dus voornamelijk uit alcohol halen, kunnen dus op den duur aan ondervoeding gaan lijden.

Enkele misvattingen over alcohol

Alcohol heeft geen voedende waarde: alcoholhoudende dranken leveren per 1 gram alcohol 7 kcal. op aan energie, maar bevatten weinig of geen eiwitten, mineralen en vitaminen. Alcohol verhoogt de lichaamswarmte niet: bij alcoholgebruik worden de haarvaten onder de huid wijder, waardoor ze meer bloed laten doorstromen. Dit geeft een gevoel van warmte, maar in feite gaat er warmte langs de huid verloren. Door het verdovend effect van alcohol kunnen de tekenen van vermoeidheid tijdelijk geremd worden. Men heeft het gevoel dat men harder en langer kan werken, omdat het lichaam geen signalen van vermoeidheid geeft. Alcohol lest de dorst niet: de productie van urine in de nieren wordt geregeld door een hormoon dat de waterhuishouding regelt. Heeft het lichaam vocht nodig, dan remt dit hormoon de wateruitscheiding af en voorkomt dat het lichaam uitdroogt. De alcohol in het bloed zet de werking van dit hormoon stop, zodat er meer urine geproduceerd wordt. Hoe meer alcohol, hoe meer het lichaam door de productie van urine aan vocht verliest. Hierdoor keert ook het dorstgevoel des te sneller terug. Alcoholhoudende dranken lessen dus tijdelijk de dorst, maar verhaasten nadien het dorstgevoel. Alcohol is, in tegenstelling tot andere roesmiddelen, ook een voedingsmiddel: 1 gram alcohol levert ruim 7 calorieën. Bij matig gebruik zal de consumptie van alcoholische drank hooguit tot gewichttoename leiden. Anders wordt het als er spraken is van misbruik.

Alcohol en verkeer

Het afbraakproces van de gedronken alcohol begint, door de verbranding in de lever, vrij snel maar verloopt ook relatief traag. De niet verbrande alcohol wordt via het bloed in heel het menselijk lichaam verspreid en zet zich bij voorkeur vast op de zenuwcentra. De frontale zone van de hersenen is daarbij de meest gevoelige en wordt ook het eerst verlamd. Het is de zone waar de zelfbeheersing, de inhibities en het verantwoordelijkheidsgevoel geconditioneerd worden. Deze hersenzone maakt de mens verschillend van de dieren. Alcoholgebruik en deelnemen aan het verkeer is daarom een bijzonder riskante combinatie. De euforie die zich, zelfs na het gebruik van kleine hoeveelheden alcohol, snel manifesteert heeft voor gevolg dat de fietser, de bromfietser, de motorrijder, de automobilist en ook de voetganger veel meer denkt te kunnen dan hij in werkelijkheid kan. Bovendien worden de verschillende vaardigheden die voor een veilige deelname aan het verkeer noodzakelijk zijn, bijzonder snel aangetast door het alcoholgebruik. Deze dubbele beoordelingsfout heeft vaak catastrofale gevolgen. Binnen- en buitenlands onderzoek toont aan dat in minstens 40% van de ongevallen waarbij doden of gewonden te betreuren vallen, strafbaar alcoholgebruik een rol heeft gespeeld. De moordende invloed van het alcoholgebruik in het verkeer wordt onderschat. Elke bijdrage tot een grotere bewustwording van deze invloed is een belangrijke preventieve stap. Overigens, het alcoholgehalte van uw bloed mag niet hoger zijn dan 0,5 promille. Dit promillage geldt ook als u aan het verkeer deelneemt met een brommer of fiets. Voor beginnende bestuurders is de alcohollimiet 0,2 promille.Want sinds 1 januari 2006 gelden er strengere regels voor alcohol in het verkeer. De nieuwe alcohollimiet van 0,2 promille is er voor alle brom- en snorfietsers tot 24 jaar en voor iedereen die zijn rijbewijs heeft of nog gaat halen vanaf 30 maart 2002. De 0,2 promille limiet geldt de eerste vijf jaar nadat u uw rijbewijs heeft ontvangen.

Alcoholgebruik naar leeftijd

Alcohol is het genotmiddel dat door jongeren het meest gebruikt wordt. Het alcoholgebruik stijgt sterk vanaf het dertiende jaar. Ruim 60% van de jongeren van 15 jaar en ouder drinkt regelmatig. Meisjes zijn de laatste jaren steeds meer gaan drinken. Er bestaat nu nog slechts weinig verschil tussen jongens en meisjes. Ook voor alcohol geldt dat jongeren hier eerder mee beginnen en dat degenen die drinken hun consumptie hebben verhoogd.

Alcohol, jongeren en verkeer


Onderzoekingen tonen aan:
25% is van mening dat het effect van alcohol op het rijgedrag in het algemeen sterk overdreven wordt.
40% vindt het volstrekt onduidelijk met hoeveel glazen op, men wettelijk nog aan het verkeer mag deelnemen.
50% meent dat het aantal glazen dat men kan drinken zonder de wettelijke limiet te overtreden, sterk afhangt van de soort drank.
75% meent dat het aan het rijgedrag van anderen te merken is of ze te veel gedronken hebben.

Gezien de grote onduidelijkheid ten opzichte van wat een overtreding is, wordt hier duidelijk alleen aan uiterlijke kenmerken van dronkenschap gedacht. De auto als vervoermiddel is uitermate aantrekkelijk in vergelijking met andere vormen van vervoer (openbaar vervoer, taxi…) Toch vindt 70% autorijden na het drinken van alcohol (zeer) onveilig. 68% vindt dit (zeer) vermijdbaar. Hoe jonger men is, hoe meer men drinkt tijdens een avondje uit. Het rijden onder invloed komt het meest voor in de leeftijdscategorie van 21 tot 45 jaar, met het zwaartepunt bij de 26 tot 35 jarigen.

Waarom drinken jongeren?
Men heeft gepolst naar de motieven van het gebruik. Naar voorzorgsmaatregels toe is dat enorm nuttig: je moet weten waarom men drinkt of waarom men gestopt is met drinken. 51% van de alcoholgebruikers geeft als voornaamste motief de goede smaak van alcohol. Dat is natuurlijk een kolossaal probleem, want inwerken op de goede smaak is enorm moeilijk! Er wordt ook veel minder aandacht besteed in de media en de diverse campagnes aan de schadelijke gevolgen van overmatig drankgebruik. Zwaar alcoholgebruik gaat gepaard met sociale achteruitgang, met verlies van contacten in het eigen milieu, met isolatie enz… Om terug te keren tot de motieven van drankgebruik: 2% ziet alcohol als een gezelschapsdrank en 19% ziet alcohol als synoniem voor plezier, genot en sfeer. Dat zegt dus genoeg over de mate en wijze waarop alcoholgebruik ingebed zit in onze cultuur!

 

Enquete

Rijden onder invloed